VLOT opsporen van onvoldoende taalaanbod

VLOT staat voor Vragenlijst Omgevingsanalyse Taalaanbod, en is een instrument waarmee de JGZ op een betrouwbare manier onderzoekt welke peuters in aanmerking komen voor vve-ondersteuning op basis van onvoldoende taalaanbod in de thuissituatie. JGZ-verpleegkundigen worden getraind om dit instrument goed toe te passen waardoor elke peuter op dezelfde manier wordt beoordeeld.

  

Hoe werkt VLOT

De vragenlijst bestaat uit een tiental ja/nee vragen. Eerst wordt gevraagd welke opvoeders veel contact hebben met het kind en welke taal of talen met het kind worden gesproken. Als thuis niet of nauwelijks Nederlands wordt gesproken, is er een verhoogd risico op een blootstellingsachterstand in het Nederlands. Bij meertalige kinderen wordt gevraagd naar het niveau van beheersing van het Nederlands van de opvoeders die contact met het kind hebben. Tot slot wordt door middel van enkele vragen in kaart gebracht of de taalomgeving van het kind in het Nederlands en eventueel in de moedertaal voldoende stimulerend is. Dit zijn vragen over praten, voorlezen, vertellen en spelen met het kind. Op basis van de antwoorden wordt dan een oordeel gegeven (voldoende/onvoldoende).

Bij anderstalige kinderen (kinderen die geen Nederlands aanbod krijgen, of minder dan één jaar in contact zijn met het Nederlands) is het eindoordeel over blootstelling aan Nederlands altijd onvoldoende. Bij het berekenen van een eindoordeel op basis van de taalactiviteiten geldt dat minimaal één punt moet worden behaald op iedere taalactiviteit om een voldoende te halen. Als de totale score voor minimaal één van de taalactiviteiten (vragen 8 t/m 10) lager is dan 1, is het eindoordeel onvoldoende.

 

Implementatie VLOT: wat betekent dat voor de gemeente?

 

Wat levert het op

De gemeente beschikt - na implementatie van VLOT - over een instrument dat op betrouwbare wijze identificeert welke peuters in aanmerking komen voor vve-ondersteuning op basis van een onvoldoende taalaanbod in de thuissituatie. Doordat JGZ-verpleegkundigen (die de indicering in opdracht van de gemeente uitvoeren) getraind worden om dit instrument goed toe te passen, is een intersubjectieve beoordeling van het individuele kind geborgd.

 

Uw investering in tijd

Investering voor de gemeente (± 12 uur):
Bestuderen informatiemateriaal , informatiebijeenkomst bijwonen, overleg met leidinggevende van JGZ, overleg voeren met voorschoolse instellingen en schoolbesturen over doelgroep en instrument, voorstel / notitie schrijven voor B&W / Raad ter besluitvorming 

Investering voor de JGZ
Leidinggevende (± 8 uur): bestuderen informatiemateriaal, overleg met gemeente, maken en vastleggen van afspraken / protocol.
JGZ-verpleegkundige/arts (± 6 uur): bestuderen informatiemateriaal, informatiebijeenkomst bijwonen, volgen van training voor gebruik VLOT en bestuderen handleiding, uitvoeren indicering en registreren gegevens

 

Implementatieplan voor de gemeente

 

1.       Informeren
De beleidsmedewerker vve van de gemeente krijgt schriftelijk en of mondeling informatie over VLOT. Vervolgens organiseert Sardes samen met de gemeente een bijeenkomst voor de JGZ en (directies van) opvangorganisaties die vve aanbieden. Dan wordt een korte presentatie gegeven over VLOT. Indien men besluit om met VLOT in zee te gaan, kan de tweede stap gezet worden.

2.       Afspraken maken
Samen met de adviseur leggen gemeente en JGZ de afspraken vast om VLOT te gaan gebruiken als signalerings- en indiceringsinstrument. De afspraken betreffen:
·         Licentie: wat krijgt de gemeente, de app voor de JGZ, looptijd van het contract, updates, verplichtingen van gebruikers (o.a. aanleveren geanonimiseerde gegevens aan de UU).
·         Training VLOT: JGZ-medewerkers worden getraind in het gebruik van het instrument (verplicht); afspraken over data, tijdstippen, aantal deelnemers; trainen nieuwe medewerkers.
·         Het proces: wanneer kan de VLOT-vragenlijst het best worden afgenomen (14-/18-/24-maanden-consult)? Wat heeft JGZ nodig voor de uitvoering; aanpassen of afsluiten maatwerkcontract tussen gemeente en JGZ.
·         De kosten: wat zijn de incidentele en structurele kosten en welke organisatie draagt deze kosten (eventueel: welke verdeling).

3.       Uitvoering
Vervolgens worden de afspraken uitgevoerd, vastgelegd en ondertekend. De training wordt gegeven, de app en de handleidingen verspreid. De kinderopvangorganisaties worden geïnformeerd over de ingangsdatum en de mogelijke aanpassing/aanvulling in het stroomschema toeleiding.

4.       Monitoring en evaluatie
Tijdens de eerste drie maanden na ingebruikname monitort de adviseur tweemaal op enkele cruciale punten of het proces loopt zoals verwacht en afgesproken. Deze punten zijn: - gebruik/bruikbaarheid van het instrument, - vastleggen data, - gebruik app, - export van data.

 

Achtergrond

Als voorpost van het onderwijsachterstandenbeleid heeft de Jeugdgezondheidzorg in veel gemeenten de taak om kinderen die een risico lopen op het ontwikkelen van taalachterstand, vroegtijdig te signaleren en door te verwijzen. Op het consultatiebureau wordt de ontwikkeling van kinderen gevolgd. Als een taalachterstand wordt geconstateerd, zegt dat niet meteen iets over de aard van de achterstand of de mogelijke oorzaken daarvan. Bij een vermoeden van een (specifieke) taalontwikkelingsstoornis, krijgt het kind een verwijzing naar een Audiologisch Centrum (AC) voor verder diagnostisch onderzoek. Naast een taalstoornis, is het echter ook mogelijk dat er sprake is van een blootstellingsachterstand, doordat het kind te weinig aanbod van de taal krijgt. In dit geval zijn er verschillende mogelijkheden om het taalaanbod te stimuleren en te vergroten, bijvoorbeeld met voor- en vroegschoolse educatie (vve), door uitbreiding van het aanbod van het Nederlands als 2e taal en adviezen aan de ouders.

De screeningsinstrumenten die standaard gebruikt worden door de consultatiebureaus zijn niet ontwikkeld voor het signaleren van blootstellingsachterstand in het Nederlands. Hiervoor is het nodig om de taalomgeving van het kind in beeld te brengen door een omgevingsanalyse uit te voeren.

Universiteit Utrecht heeft hiervoor in samenwerking met Hogeschool Utrecht en JGZ Utrecht een gevalideerd instrument ontwikkeld, de Vragenlijst Omgevingsanalyse Taalaanbod (VLOT). Deze vragenlijst is bedoeld als een hulpmiddel voor de verpleegkundige of arts op het consultatiebureau bij het beoordelen van het taalaanbod in het Nederlands en, desgewenst, eventueel ook in de eerste taal in de directe omgeving, als dit een andere taal is dan het Nederlands. In een pilotstudie (Schaars et al., 2013) blijkt dat JGZ-medewerkers die met de VLOT hebben gewerkt, het instrument bruikbaar vinden en dat het een toegevoegde waarde heeft voor de taalscreening. VLOT is in de periode 2016/2017 gevalideerd. De uitkomst van de VLOT-vragenlijst is bruikbaar als onderbouwing voor een indicatie voor VVE of bijvoorbeeld voor deelname aan Opstapje en/of de Voorleesexpress en adviezen voor verbetering taalaanbod thuis.