Solitair of Solidair – bijeenkomst over de schaduwzijde van de meritocratie

02 juni 2022

  • “Ik heb alleen een lagere zandbak-diploma.”
  • “Ik voelde me ‘een dubbeltje’, en dat gevoel bleef maar hangen, ook toen ik allang geprezen werd.”
  • “Eigen verdiensten? Ik heb ook heel veel geluk gehad, met ouders die me steunden en de juiste docenten.”

 

De bijeenkomst Solitair of Solidair, die op 20 april jl. in het Bibliotheektheater in Rotterdam georganiseerd werd door Sardes, Nivoz en Verus, kreeg een hele persoonlijke kleur door de verhalen van en over mensen die de meritocratie aan den lijve ondervinden of ondervonden hebben. Voor deze kleinschalige bijeenkomst waren mensen uitgenodigd die de meritocratie in hun dagelijks werk tegenkomen en er kritische vragen bij stellen.

  

Winnaars en verliezers 

Dit inmiddels dominante maatschappijmodel gaat uit van de gedachte dat mensen hun sociaal maatschappelijke status ‘verdienen’ door hard werken en maximale inzet van hun talenten. De keerzijde daarvan is de overtuiging dat wie zijn kansen niet pakt, wie de boot mist, dat aan zichzelf te danken heeft. Dit leidt inmiddels tot een samenleving met ‘winnaars en verliezers’ en de laatste groep voelt zich steeds minder gezien en gewaardeerd, steeds minder verbonden met de samenleving.

Wrede schaduwzijde

Voorzitter CvB van Verus Berend Kamphuis sprak in zijn openingswoord over de wrede schaduwzijde van het meritocratische ideaal, te weten de voortdurende aanslag op het zelfrespect en een competitie op basis van harde cijfers. De grote gevolgen die dat voor mensen èn voor onze samenleving heeft, baren de organisatoren zorgen. Vandaar dat zij het onderwerp op de agenda zetten.

 

Een inclusief ideaal

Zo betoogde Eddie Denessen (Sardes Leerstoel Sociaal-Culturele Achtergronden) dat het neoliberale onderwijsbeleid meritocratie als wenselijke uitkomst ziet en bevordert. Het Nationaal Programma Onderwijs, onderwijsachterstandenbeleid en de Gelijke Kansen Alliantie schetste hij als pogingen om de meritocratie, daar waar deze nog niet goed tot stand komt, te repareren. Dit beleid faalt echter gezien onder meer de toenemende segregatie, focus op een enge definitie van kwaliteit, standaardisatie, prestatiedruk en ouderbetrokkenheid als strijd in plaats van als pedagogisch middel. Wat Denessen betreft wordt het meritocratisch ideaal vervangen door een inclusief ideaal. In een inclusieve samenleving zijn gelijke kansen geen nobel streven, zoals in een meritocratische samenleving, maar een logisch gevolg. Denessen benoemde ook het zgn. ‘onrustpopulisme’ dat ontstaat als groepen mensen zich buitengesloten voelen.
 

Het nieuwe denken 

Annemarie Knottnerus (Actie agenda Leven lang ontwikkelen bij de SER) maakte de aanwezigen deelgenoot van het nieuwe denken over de arbeidsmarkt, waarbij de fixatie op diploma’s langzaam aan plaatsmaakt voor een houding waarmee we de verschillende talenten van mensen veel breder gaan waarderen. Dat is in de eerste plaats belangrijk voor mensen zelf en óók nodig voor de snel veranderende arbeidsmarkt van de toekomst.

 

Erkenning van Verworven Competenties

Robinet Bargeman, directeur van Bureau STERK dat zich o.m. bezighoudt met Erkenning van Verworven Competenties (EVC), maakte dit verhaal concreet toen zij over Volkert vertelde. De man die al sinds zijn 15de werkt aan rioleringen en zich ontwikkelde tot een vakman maar die vastliep zodra het op zijn gebrek aan diploma’s aankwam. Dat gebeurde toen zijn bedrijf reorganiseerde en hij daarom niet mee kon solliciteren naar een nieuwe functie. Met een EVC traject bij deze welwillende werkgever werden alsnog zijn talenten en skills in kaart gebracht. Inmiddels is Volkert teameider in Jordanië, waar hij met zijn mensen rioleringen aanlegt in vluchtelingenkampen. Een gevoel van waardigheid, vertrouwen en plezier in zijn werk zijn het gevolg. 

Bekijk de bijdragen van Knottnerus en Bargeman hier.

 

Radicaal anders

Esmah Lahlah (wethouder arbeidsparticipatie / bestaanszekerheid Gemeente Tilburg en lid van de Onderwijsraad) liet aan de hand van haar eigen levensverhaal zien hoe bepalend ‘het toeval van geluk hebben’ is om een goede plek in de samenleving te kunnen verwerven. In haar eigen leven, met ouders die zelf nooit kansen kregen om verder te leren maar hun kinderen wel optimaal kansen daartoe boden, konden haar talenten tot bloei komen. Ook docenten die aanmoedigden en steunden speelden een belangrijke rol. In haar werk als wethouder komt ze nog veel te veel tegen dat mensen in sociaal moeilijke omstandigheden worden beschouwd als ‘onwelwillend’, terwijl zij vooral kwetsbare mensen ziet van wie de talenten niet of nauwelijks worden opgemerkt. En vanuit het oogpunt van de participatiewet ben je alleen geslaagd als je volledig op de reguliere arbeidsmarkt terecht komt. Lahlah constateerde dat er weinig oog is voor andere vormen van verdienste dan diploma’s. En wat haar betreft verdienen ook mensen die talenten bezitten die niet per se schaars zijn op de arbeidsmarkt een fatsoenlijk leven. Dat alles vraagt dus om een radicaal andere blik.

 

Niet vergelijken

Dagvoorzitter en Sardes directeur Heleen Versteegen interviewde vervolgens Martin Pragt, ervaringsdeskundige en docent op het terrein van sociale uitsluiting en armoede. Zijn eigen jeugd werd gekenmerkt door extreme financiële stress die zijn leven tot op de huidige dag heeft bepaald. Het oordeel van de buitenwereld over mensen met grote materiële zorgen weegt zwaar. Maar zwaarder weegt wellicht nog de zelfstigmatisering volgens Martin Pragt. Dat doet een voortdurende aanval op je gevoel van eigenwaarde en steeds weer moet je in je hoofd ‘het spoor omzetten’ om in jezelf te geloven. Zijn pleidooi luidde: vergelijk kinderen niet met elkaar, zie ze als unieke personen en vraag wat ze nodig hebben.

 

Praktijkvoorbeelden

Na de pauze was het tijd voor twee praktijkvoorbeelden die een creatief antwoord zijn op de keerzijde van de meritocratie. Allereerst kwamen Monique Degeling (directeur Talmaschool Rotterdam) en Mark van Waas (vader Talmaschool) aan het woord. Op de Talmaschool bestaat sinds een aantal jaren het Ouderinitiatief Croostwijk dat de ouders uitnodigt om hun kinderen gezamenlijk in de wijk naar school te laten gaan. Zodoende mixen de kinderen van de ouders met hele verschillende sociale, etnische en religieuze achtergronden op natuurlijke wijze met elkaar en leren ze van elkaar en over elkaars leven.


Filiaalmanager van een van de Jumbovestigingen in Rotterdam
Dirck Slabbekoorn lichtte vervolgens toe hoe hij al geruime tijd werkt met een zgn. ‘open hiring’ systeem, hoewel hij zelf liever spreekt van ‘oordeelvrij aannemen’. Mensen die zich melden voor een vacature krijgen geen sollicitatiegesprek maar een welkomstgesprek. Zijn uitgangspunt: je bent als mens de moeite waard en ik wil je graag leren kennen dus ga het maar gewoon proberen hier.

 

Reacties van aanwezigen

In kleine groepen spraken de uitgenodigde aanwezigen, die het onderwerp aan het hart ligt en er beroepsmatig vaak al mee bezig zijn, aan de hand van enkele vragen verder.
Hier een aantal uitspraken die te beluisteren waren:

  • bijeenkomsten als deze moeten een beetje schuren, ons ongemakkelijk maken
  • laten we stoppen met taal als ‘hoog en laag’ wat betreft opleidingen en werk
  • breed kijken naar talenten, dat moeten we echt gaan doen
  • ervaringen delen, ook onder professionals, die hiermee samenhangen is belangrijk
  • we moeten de school ontzorgen; er is teveel institutionele druk op de dagelijkse praktijk
  • docenten die kinderen steunen om tot bloei te komen verdienen ónze steun
  • de leraar is een persoon, niet een vak
  • het gaat in het onderwijs in de eerste plaats om gehoord en gezien worden, de pedagogische relatie
  • er is teveel angst voor de onderwijsinspectie
  • het draait nu veel te veel om jezelf, gemeenschapszin ontbreekt. Er is sprake van een metafysisch vacuüm.


Een menswaardige onderwijspraktijk en samenleving

Luc Stevens, founding father en oprichter van Nivoz vatte de middag samen. Hij was kritisch op de  normatieve vergelijking die het onderwijs domineert en die een symptoom is van de behoefte aan voorspelling. Onderwijs is echter een proces van samen op weg gaan zonder te weten wat op welk moment hoe bereikt zal worden. Tegelijkertijd wees Stevens op de noodzaak niet alleen het systeem te veranderen, maar vooral ook de mindset. Het komt aan op menselijke waardigheid, zoals ook verwoord in bijvoorbeeld het eerste artikel van de Duitse Grondwet en in de universele verklaring van de rechten van de mens. Hij sloot af met: “als wij spreken over onze verantwoordelijkheid, dan gaat het over een menswaardige onderwijspraktijk die verwijst naar een menswaardige samenleving, of andersom, een menswaardige samenleving die verwijst naar een menswaardige onderwijspraktijk.”

 

Nivoz, Sardes en Verus zijn van plan het onderwerp de komende tijd aandacht te blijven geven.