De regeling vaststelling schoolvakanties: evaluatie en verkenning van mogelijke alternatieven

De schoolvakanties in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) worden door de minister van OCW, in afstemming met belanghebbenden, vastgesteld in de Regeling vaststelling schoolvakanties. Sardes evalueerde of deze regeling nog aansluit bij de behoeften van de verschillende partijen en waar eventuele knelpunten liggen.

Vaste kaders, vrije dagen

Diverse respondenten benoemen dat de huidige regeling niet meer geheel past bij deze tijd. De behoeften van ouders veranderen (er is meer vraag naar flexibiliteit) en verschillende groepen in de samenleving hebben uiteenlopende vakantiebehoeftes. Tegelijkertijd willen respondenten de regeling niet ingrijpend veranderen, omdat ze het onderwijs niet willen opzadelen met grote veranderingen die mogelijk ten koste gaan van de onderwijskwaliteit. Ook wordt de duidelijkheid die de regeling biedt gewaardeerd door de respondent.

Het belangrijkste knelpunt van de regeling ligt bij de meivakantie. In de meivakantie is één week centraal vastgesteld en voor de tweede week gelden adviesdata. Scholen maken hierin verschillende keuzes waardoor er in gezinnen met kinderen (of onderwijspersoneel) op meerdere scholen verschillende vakantiedata gelden. Een brede wens onder respondenten is om ouders enkele flexibel op te nemen vakantiedagen te geven. De meest tegenovergestelde belangen zijn er rondom de spreiding van de vakanties over drie regio’s: vanuit het onderwijs heeft dit geen toegevoegde waarde, terwijl dit voor de toeristische sector erg belangrijk is.