Kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang in beeld: 2017 – 2025

Voor de vierde keer op rij presenteert het consortium van de Universiteit van Utrecht en Sardes haar bevindingen over de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onlangs zijn de resultaten van de LKK2025 gedeeld met de Tweede Kamer. De bevindingen zijn te lezen in twee verschillende rapporten: een voor de centrumopvang en een voor de gastouderopvang.

Centrumopvang

De kwaliteit in de kinderdagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang is in internationaal opzicht goed te noemen. De kwaliteit is over het algemeen gestegen sinds 2017, vooral de educatieve kwaliteit. Maar recent zijn er signalen van een dalende kwaliteit, vooral voor de peuters. Verder is er nog weinig aandacht voor de omgang tussen kinderen en hoe professionals die interacties kunnen bevorderen. Ook blijkt er in alle opvangsoorten een afname in het contact met ouders. Dat terwijl het contact met ouders in de peuteropvang juist samenhangt met een hogere kwaliteit. Dus meer aandacht voor de manier waarop samenwerking en partnerschap met ouders wordt vormgegeven is aan te bevelen.

Gastouderopvang

De kwaliteit in de gastouderopvang laat een stabiel en overwegend positief beeld zien. De emotionele kwaliteit is opnieuw goed. Ook in de gastouderopvang is de kwaliteit gestegen, vooral de mate waarin gastouders de ontwikkeling van kinderen ondersteunen. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. Zo verschilt de educatieve kwaliteit sterk per gastouder. En net als in de centrumopvang is er in de gastouderopvang nog relatief weinig aandacht voor de omgang tussen kinderen. Daarnaast lijkt meer collegiale uitwisseling met andere gastouders een kans voor verdere kwaliteitsverbetering. Tot slot blijkt dat een sterke focus op het bieden van veel flexibiliteit in opvanguren samengaat met lagere kwaliteit, terwijl een profilering op kleinschaligheid juist een duidelijke kracht is in de gastouderopvang.

Download beide rapporten op de website van de Tweede Kamer.