De Sardes-Leespluim is een bekroning van kwalitatief goede en veelzijdig bruikbare (prenten)boeken voor jonge kinderen (0-6 jaar). Dit zijn de winnaars van 2025.
De Sardes-Leespluim is een bekroning van kwalitatief goede en veelzijdig bruikbare (prenten)boeken voor jonge kinderen (0-6 jaar). Dit zijn de winnaars van 2025.

Elk versje is een visje
Deze poëziebundel is als een aquarium vol met visjes. Elk versje is een visje. Voor het samenstellen van de bundel lazen Hans & Monique Hagen alle kinderpoëzie uit het eerste kwart van deze eeuw, en ook veel van daarvoor. Uit ruim duizend bundels hebben ze 111 versjes gevangen.
Waar (het idee van) poëzie voor sommige volwassenen soms wat kan afschrikken, voelt dit boek luchtig en speels. Met onderwerpen als spelen, slapen, dieren, vervoer, seizoenen en emoties, sluiten de gedichtjes ontzettend goed aan bij de belevingswereld van jonge kinderen.
De samenstelling heeft een verrassende interne logica: gedichten haken op elkaar in als schakels van een keten, bijvoorbeeld van een ijsje eten naar een ijsbeer. Van daar naar een beer die tandenpoetst, naar een tand en vervolgens naar de tandarts. Hierdoor ontstaat een organisch geheel dat kinderen nieuwsgierig maakt naar wat volgt.
De bundel heeft een krachtige en aantrekkelijke vormgeving, met steeds een wit randje, een groot gekleurd vlak met daarop het gedicht en een tekening. Met fijne lijnen, heldere kleurvlakken en vaak grappige of aandoenlijke beelden brengen de illustraties van Milja Praagman de versjes mooi bij elkaar en wordt de bundel een samenhangend geheel. Net als door de metafoor van de visjes, het aquarium en de ‘gevangen versjes’. Het zit allemaal goed in elkaar. Deze verrassende bundel is een mooie, toegankelijke manier om kinderen kennis te laten maken met poëzie.
Bestel dit boek
Ik weet niet meer hoe ik slapen moet
Lucy kan niet slapen. “Ik denk dat ik vergeten ben hoe ik slapen moet. Hoe hard ik ook mijn best doe, ik blijf wakker.” Zo opent dit prentenboek waarin Lucy besluit al haar slaaprituelen nog eens heel nauwkeurig uit te voeren: tandenpoetsen, pyjama aantrekken, papa welterusten zeggen. Toch ligt ze klaarwakker. Papa en hond Milkshake liggen beiden te snurken en kunnen haar dus niet helpen. Misschien helpt een wandeling buiten? Iedereen lijkt te slapen. Zelfs de maan. Dan is er een beer, die net als Lucy wakker is. Hij is vast ook iets vergeten! Lucy besluit de beer te helpen en leest hem een verhaaltje voor. En het werkt! Beer valt heerlijk in slaap. Dan weet Lucy ineens wat ze was vergeten: een bedverhaaltje! Ze haast zich naar huis. Zodra ze thuis papa vertelt over de beer en het vergeten bedverhaaltje, valt ze zelf – samen met papa en hond Milkshake – heerlijk in slaap. De volgende morgen komt de beer Lucy zoeken en hij hangt door het slaapkamerraam. Paniek bij papa en hond Milkshake, een puinhoop in de kamer, maar Lucy is niet verbaasd of bang. “Goeiemorgen beer!”
Roos redt de brandweer
Vaart, actie en avontuur spatten van het omslag af. Roos heeft de leiding en richt de brandweerslang doelgericht op, ja wat? Dat is nog niet helemaal duidelijk. De brandweermannen liggen hulpeloos in de omgevallen brandweerauto.
Hoe dat zo gekomen is, kom je tijdens het lezen en kijken te weten. Het verhaal begint op een prachtige, maar erg warme zomerdag. Een lange rij mensen staat voor de ijszaak. Ook een stel brandweerlieden kan wel wat verkoeling gebruiken. Terwijl de zeven mannen zittend op het gras genieten van hun ijsje, komt er een brandmelding binnen. Alle rust is voorbij, voor ijs is geen tijd meer en met gierende banden en loeiende sirene vertrekt de grote rode wagen met de ladder en de spuit naar de brand. Maar dan komt er een scherpe bocht en voor ze het weten, ligt de wagen op zijn kant en alle brandweermannen liggen versuft op elkaar… Roos heeft zien gebeuren en komt onmiddellijk in actie. Dapper blust Roos de brand. Nadat zij de hele situatie gered heeft, is het voor Roos wel duidelijk: zij kan voortaan beter altijd meegaan!
De man met de lange benen
Het formaat van het boek lijkt aangepast aan de man met de lange benen. Vanuit zijn hoge positie kijkt hij naar de mensen uit het dorp beneden hem. Zijn leven is niet eenvoudig. Hij past niet door deuren, stoot zijn hoofd aan het plafond in winkels en wordt wat afkeurend bekeken door zijn medemensen. Niemand helpt hem. Gelukkig is hij heel handig, dat moet hij ook wel zijn natuurlijk. Hij naait zijn broeken, zet een fiets op zijn maat in elkaar en bouwt zijn eigen hoge huis boven op een heuvel. Daar zet hij in zijn tuin vogelhuisjes in elkaar, want hij houdt veel van vogels en is een vriendelijk mens. Op een dag blaast een storm de daken van de huizen in het dorp en overspoelt rivierwater de straten. De man met de lange benen doet wat hij kan om mens en dier in veiligheid te brengen en helpt waar hij kan met het repareren van de huizen. Daarna spreekt iedereen hem aan met de meest uiteenlopende hulpvragen. De man met de lange benen raakt daar zo van in de war – niemand heeft hém ooit geholpen – dat hij besluit te vertrekken. Samen met zijn enige vriend, Carlos van de ijzerhandel, die altijd aardig en vriendelijk voor hem geweest is, verlaat hij het dorp. De vogels vliegen mee.
Groot!
Zelfverzekerd, opgewekt en stoer kijkt de tweejarige je aan vanaf het omslag. Zij is GROOT. Ze kan tellen, kent haar lichaam, benoemt haar speelgoed en stoeit met haar broer. Papa en mama koesteren haar, poes Sylvester is haar vriend. Ze wast en kleedt zich zelf, springt hoog, eet zelf, zegt nee. Ze is groot, heel GROOT.
De weg naar zelfstandigheid van deze tweejarige is met veel humor, in heldere kleuren en duidelijke illustraties weergegeven. Ze telt, maar haar vingers zeggen iets anders. Ze slaapt alleen, omringd door knuffels. Ze wast zich, met op de achtergrond een helpende hand. Ze kleedt zich aan – twee benen in één pijp. Ze fietst, achterop bij papa. Met haar gezin om zich heen kan deze tweejarige ongestoord groot zijn en groter worden. Dat komt wel goed.
Joes de poes
Joes de poes geeft de hele dag door kopjes en spint zachtjes. Behalve… als Joes gordijnen ziet. Dan worden zijn kleine pootjes klauwen en zachtjes spinnen wordt miauwen. Het kleine meisje met de staartjes zegt: ‘Er zit een tijger in mijn poes’. Joes heeft meer tijgermomenten. Het ene moment ligt hij lekker te spinnen, het volgende moment krijgt hij vis Bubbels in het oog, die hij wel heel graag te pakken wil krijgen. Hij ligt lekker te doezelen bij het vuur, maar als Joes een muisje ziet, wordt hij weer een tijger op jacht.
De belevenissen met Joes de poes kunnen we goed volgen op de tekeningen. We zien een woonkamer in prettige kleuren met Joes in de armen van het kleine meisje met de twee uitstekende staartjes. Rust, schrik en opwinding wisselen elkaar af op de tekeningen, begeleid door een krachtige, mooi rijmende tekst die precies genoeg vertelt.
Vier woorden voor jou
De ‘Wat-als-vraag’ van een kleuter is de rode draad in dit prentenboek. ‘Papa, wat gebeurt er als jouw woorden opraken?’ vraagt een meisje aan haar vader. ‘Heb jij er dan nog ergens een paar voor mij?’ ‘Grapjas!’ reageert haar vader. ‘Mijn woorden raken nooit op.’ En mochten ze toch opraken, weet hij al wat hij moet doen. Hij gaat hij naar de Ondergrondse Woordenfabriek, waar kabouters met puntoren, diep onder de grond in het Sprookjesbos, hard werken aan de productie van woorden.
De diepe kleuren tegen het nachtelijke donker, beweeglijke illustraties en vrolijke, afgeronde letters maken dit prentenboek heel aantrekkelijk om in handen te nemen. En na het lezen kun je fijn verder fantaseren.

OOZ van Milja Praagman is een warm en kleurrijk prentenboek voor kinderen vanaf ca. 4 jaar. Vanuit het perspectief van een merelvader en zijn nieuwsgierige dochter vliegen we over de stad, het park, het strand en drukke wegen. Het mereljong kijkt met verwondering naar de mensen beneden en stelt vragen als: kunnen mensen ook fluiten, maken ze ook een nest, en leven ze misschien in kooitjes? Papa merel beantwoordt deze vragen liefdevol, en samen ontdekken ze de wereld. In het donker vliegen ze weer naar hun nest in een boom dat uitkijkt op de letters OOZ, spiegelbeeld van ZOO, die boven de ingang van de dierentuin te zien zijn.
OOZ is ook een prachtig zoekboek. Op iedere pagina zijn vaste figuren te vinden, zoals een ballon en lieve graffiti. OOZ nodigt lezers uit om de wereld eens van een andere kant te bekijken en roept op tot mooie gesprekken tussen voorlezer en kind. Een vrolijk, rijk boek dat nieuwsgierigheid en fantasie prikkelt.
Olivia zit op zwemles. Ze durft al veel! Bijvoorbeeld onder water zwemmen, drijven op haar rug, watertrappelen. Maar dan wordt het tijd voor de duikplank! Olivia durft veel, maar voelt nu een knoop in haar maag. Het is muisstil in het zwembad. ‘Spring dan toch, Olivia’, roept de zwemjuf. Nu moet het gebeuren, denkt Olivia. Ze ademt heel diep in en roept zo hard ze kan: ‘Ik wil helemaal geen diploma en al helemaal geen rode ballon.’ En dan verdwijnt de knoop in haar buik.
In dit prentenboek speelt deze innerlijke strijd zich af in een warme, dromerige sfeer, waarin het zwembad een bijna arcadische omgeving lijkt. In Olivia’s fantasie zwemmen vissen in het zwemwater, versieren planten de koele omgeving, groeit er een klimop tegen de trap naar de duikplank.
Wat zou jij doen, als je iets niet durft? Wanneer ben je dapper? Een mooi onderwerp om met oudere kleuters over door te praten. Dit mooi verzorgde boek nodigt uit tot herlezen en opnieuw bekijken. En dan ontdek je steeds meer details: hier nog een vis, daar ook een rode ballon!
Eend speelt met de bal, maar schiet hem per ongeluk over het doel, recht op Uil die nietsvermoedend slaapt. Dat is het begin van een komische kettingreactie: Uil valt uit de boom, Spin schrikt zich een hoedje in zijn web, en Hond staat al klaar om geraakt te worden. Iedereen beleeft het op zijn eigen manier—van schrik en spanning tot opluchting en blijdschap. Net als de bal bijna gevangen is, plonst hij in de vijver. Gelukkig komt alles toch nog goed en speelt iedereen mee!
Dit humoristische stapelverhaal zit vol verrassingen en emoties, met heldere illustraties in frisse kleuren. Een stevig kartonboek voor eindeloos kijkplezier!
Wat een spannende titel, dit kan een heel eng boek worden! Het begint met een familiefoto, getekend door de verteller. Drie vaders met gave beroepen, twee moeders die president en supermamma zijn, puppy’s, katten, vogels, zebra’s, vissen en flamingo’s. Het allerleukste: de ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan. De lezer heeft het natuurlijk al door.. het is allemaal niet waar!
Hij heeft maar één vader, één moeder en een zus. Zijn ouders hebben een saai beroep, er zijn geen huisdieren maar twee suffe goudvissen en hij heeft een zus die liever op haar telefoon zit dan wil voetballen. De verteller is jaloers op kinderen uit zijn klas die een wat diverser samengesteld gezin hebben. En toch… is het fijn om met z’n allen op de familiefoto te staan. Want papa leest spannende verhalen voor, zijn zus wil wel eens op doel staan, ze doen gezellige dingen en kijken wel eens dicht tegen elkaar op de bank naar een nijlpaardendocumentaire. Maar voor zijn volgende verjaardag vraagt hij toch die leguaan.
De titel van dit boek vertelt ons wat we moeten doen, of nou ja, vooral wat we niet moeten doen: het boek openen! O jee, omdat we het boek toch opensloegen, kunnen de dieren die in een kooi in de dierentuin zitten er vandoor gaan. De beer, zebra, tapir, pinguïn en wasbeer rennen een schuurtje binnen. Wat doen ze daar nou weer? Ze verstoppen zich met een schutkleur van verf op de volgende pagina. En zo gaat het verder. De taal sluit aan bij de illustraties en roept de meelezers ook op actief mee te doen. Daarmee kan de betekenis van de woorden goed duidelijk worden. En voor de kinderen die er al aan toe zijn, kan ook een gesprek over vrijheid en gevangenschap van dieren voortvloeien uit dit vrolijke kartonboekje.